Lang voordat TAHE bekend werd in professionele salons, begon het verhaal bij Ana María Ortiz. Zij groeide op in Murcia onder armoedige omstandigheden, in een tijd waarin schaarste en onzekerheid het dagelijks leven bepaalden. Toen zij nog maar drie jaar oud was, overleed haar vader. Haar moeder bleef jong als weduwe achter en Ana María voelde al vroeg de verantwoordelijkheid om haar familie te helpen.
Op zevenjarige leeftijd begon zij het haar van vrouwen uit de buurt te wassen en te knippen. Het geld dat zij daarmee verdiende, gaf zij aan haar moeder om het gezin te steunen. Het kappersvak leerde zij zichzelf aan: door te kijken, te proberen, te verbeteren en vooral door te werken vanuit noodzaak, aandacht en doorzettingsvermogen.
In de jaren twintig veranderde de wereld van schoonheid en verzorging snel. De opkomst van film, mode en de cultuur van de flappers bracht een nieuw vrouwbeeld met zich mee: onafhankelijker, moderner en vrijer. Vrouwen durfden meer met kleding, make-up, haar en uitstraling. Ana María voelde die verandering goed aan en begreep dat uiterlijke verzorging niet alleen draaide om schoonheid, maar ook om zelfvertrouwen, vrijheid en vrouwelijke emancipatie.
Die visie maakte haar bijzonder vooruitstrevend. Ana María wist haar eerste klanten te enthousiasmeren voor nieuwe vormen van zelfzorg. Zij liet vrouwen zien dat een verzorgde huid, een modern kapsel en cosmetica niet oppervlakkig hoefden te zijn, maar juist een manier konden zijn om sterker, zelfbewuster en vrijer in het leven te staan.
Haar eerste cosmetische producten maakte zij niet in een fabriek, maar in de rebotica: de achterruimte van een apotheek. Daar werkte zij samen met bevriende apothekers aan eigen formules en mengsels. Ze ontwikkelde producten voor onder meer droge huid, rimpels en sproeten. Haar recepten waren persoonlijk, praktisch en ontstaan vanuit direct contact met de vrouwen die zij behandelde.
Later trouwde Ana María met José Magaña, een collega-herenkapper. Samen vestigden zij zich in Beniaján, een dorp ten zuiden van Murcia. Daar openden zij een herensalon. José knipte en schoor de mannen uit de omgeving, terwijl Ana María haar eigen klanten bleef ontvangen, schoonheidsbehandelingen gaf en zich verder verdiepte in huidverzorging.
Een zoon in de salon
Samen kregen Ana María en José een zoon: José Magaña Ortiz. Kort na zijn geboorte overleed vader José. Daardoor stond Ana María opnieuw alleen, nu als moeder én als vakvrouw die de salon draaiende moest houden. De salon bleef bestaan. Ana María knipte haar klanten, gaf schoonheidsbehandelingen en bleef werken met haar eigen producten.
José groeide op in die wereld. Voor hem was de salon geen gewone werkplek, maar het hart van het gezin. Hij zag zijn moeder werken, hoorde de gesprekken met klanten en leerde van dichtbij wat aandacht, vertrouwen en vakmanschap betekenden. Om zijn moeder te helpen, begon hij al jong mee te werken in de salon.
Ana María zag dat haar zoon talent had. Hij had gevoel voor vorm, keek goed naar mensen en begreep al vroeg dat haar, huid en uiterlijk iets konden doen met iemands zelfvertrouwen. Tegelijk wist zij dat talent alleen niet genoeg was. José moest meer leren, meer zien en zich verder ontwikkelen dan wat de salon in Beniaján hem kon bieden.
Daarom stuurde Ana María hem in de jaren veertig naar Barcelona. Daar werd José opgeleid tot haarstylist. Barcelona bood hem een bredere wereld, met meer mode, techniek en professionele kennis. Na zijn opleiding keerde hij terug naar Beniaján, waar hij opnieuw samen met zijn moeder in de salon ging werken.
Ana María en José werden bekend in de omgeving. Zij hadden goed contact met klanten en collega-kappers. Via die wereld van salons, vakmensen en persoonlijke relaties leerde José uiteindelijk Purificación Pardo Vicente kennen, beter bekend als Pura. Die ontmoeting zou het familieverhaal een nieuwe richting geven.